< Terug naar overzicht

Anders opdrachtgeven

In de vijfde dag van de module vernieuwen besteden we aandacht aan opdrachtgeven, anders opdrachtgeven. En we zijn op een zeer passende locatie bij dit onderwerp. We zijn we te gast op de Tinfabriek in Naarden. Het bedrijf is in 1956 opgericht en bleef in werking tot juni 2017. Oude foto’s tonen nog de naam Billiton Witmetaal. Willem Jan van der Burg is eigenaar van deze voormalige fabriek. Hij had als Volvo-dealer zijn showroom er tegenover en kampte met ruimtegebrek. Hij ging met zijn overbuurman in gesprek toen duidelijk was dat de smelterij naar Hongarije zou verhuizen. Het pand was door allerlei in- en aanbouwen en begroeiing nauwelijks zichtbaar. Eenmaal binnen zag Willem Jan veel kansen voor een autodealer nieuwe stijl. Michael Noordam van VOCUS architecten werd aangetrokken om de herbestemming vorm te geven. 

 

Michael heeft er bewondering voor hoe Willem Jan in het van binnen zwartgeblakerde pand de mogelijkheden voor dit project heeft gezien. Vele anderen geloofden dat pas nadat het pand werd schoongemaakt en de gebogen constructie met cassetteplafond zichtbaar werden. De meeste autodealers zijn gehuisvest in nieuwbouw glazen dozen. Dat wilde hij niet; Willem Jan wilde een mooie en prettige werkomgeving creëren, waar veel meer kon gebeuren dan alleen auto’s tentoonstellen. Door alle aanbouwen te verwijderen werd de oorspronkelijke opzet weer zichtbaar. Door een nieuw entreegebouw toe te voegen, ontstond een nieuwe en heldere verbinding van de hallen en een lage drempel voor publiek. Het gebouw is verduurzaamd zonder afbreuk te doen aan de oorspronkelijke uitstraling en details. De schoorsteen is blijven staan en dient nu als landmark. Hier kunnen nu vergader- en werkruimten worden gehuurd, er is horeca en is het publiek welkom. En de kruisbestuiving werkt: er zijn nu productpresentaties van de bedrijven waar de auto’s ook een rol in krijgen. Dit mag met recht een tweede leven voor dit gebouw worden genoemd. 

 

Iedereen die werkzaam is in het veld van renovatie en transformatie heeft te maken met de overheid. Bart Krol, sinds drie jaar voorzitter van NRP, is in zijn eigen woorden ‘beroepspoliticus’. Hij was 8 jaar wethouder en 10 jaar gedeputeerde. Hij constateert dat de markt en de overheid niet dezelfde taal spreken. Nu kan hij met zijn zelfstandig adviesbureau als verbinder tussen deze twee werelden werken. Hij wil met de cursisten delen hoe de overheid denkt en werkt omdat het van belang is voor opdrachtgevers en adviseurs. Hij vat het samen onder de noemer strategisch omgevingsmanagement. 

 

Allereerst peilt hij de belangstelling voor de gemeenteraadsverkiezingen die op 16 maart as plaats zullen vinden. Hebben de cursisten zich in de partijprogramma’s verdiept? Want eigenlijk is dat wat je moet doen als je met de overheid werkt. Je verdiepen in het bestuur, de samenstelling en hun programma. Het is goed even op te halen hoe de overheid is georganiseerd; je moet hier de weg leren te vinden. Wie heeft het voor het zeggen en wie vormt het dagelijkse bestuur? Je moet je er ook van bewust zijn dat het dagelijkse bestuur ook niet rechtstreeks wordt gekozen, dat komt door onderhandelingen tot stand. 

 

Bart geeft een voorbeeld uit eigen praktijk waarbij een consortium van partijen hun prachtig plan presenteerden aan een wethouder maar niet verder kwamen. Nader onderzoek leverde op dat de marktpartijen zich helemaal niet hadden verdiept in de gemeente. Het college- of coalitieakkoord was niet gelezen en men had niet gekeken wat de achtergrond was van de wethouder. Dan is er dus ook geen beeld hoe de wethouder op zaken die voor hem en voor het college van belang zijn, kan scoren. Hij laat de cursisten een strategie bedenken voor een ‘fictieve’ opgave om een pand niet te slopen maar te behouden terwijl een ontwikkelaar het al gehad gekocht met het plan om het bestaande gebouw te slopen. Cursisten reiken verschillende mogelijkheden aan. 

 

Bart vat samen dat er veel manieren zijn om de gemeente mee te krijgen voor een dergelijk plan: politieke (het college en de gemeenteraad), sociaalmaatschappelijke (de omgeving, via de pers), juridische (bezwaar maken tegen bestaand plan) en collegiaal (met andere partijen). Vooral de omgeving, mobiliseren van omwonenden, kan een plan echt helpen en maakt het lastig voor de politiek om tegen te zijn. Het is niet goed beheersbaar, dat moet je je wel realiseren. 

 

Nadat Bart inzicht had gegeven in hoe denkt de overheid, gaat de tweede spreker, Birgitte de Maar lid van het bestuur van Rochdale, de cursisten meenemen in hoe corporaties denken. Rochdale is in 1903 opgericht door een trambestuurder en een conducteur van de paardentram om woningen te realiseren voor de minderbedeelden. Nu is Rochdale een fusie corporatie met bijna 40.000 verhuureenheden in de Amsterdamse regio. In 1901 werd het fundament voor vele corporaties gelegd met de Woningwet: mensen hadden recht op goede woonomstandigheden. Tot de Tweede Wereldoorlog ontstonden de eerste corporaties ontstonden langs de lijn van de verzuiling. De bruteringsoperatie in 1995 brak met de lijn dat corporaties het uitvoerend orgaan van de overheid zijn die met subsidies woningen voor de minder bedeelden realiseerden. Er werd in één keer afgerekend en corporaties waren private partijen geworden. Om te zorgen voor meer inkomsten gingen corporaties andere avonturen aan, waarvan er een aantal slecht is afgelopen. De reactie hierop vormde de verhuurdersheffing. Naar de mening van Birgitte een onbegrijpelijk sturingsinstrument als je je realiseert dat het wordt opgebracht door de huurpenningen van de huurders. En omdat het was gekoppeld aan de WOZ-waarde, steeg deze heffing jaarlijks met grote sprongen. 

 

Ondanks het feit dat corporaties private bedrijven zijn, is de rijksoverheid van mening dat zij hen mogen sturen. De verhuurdersheffing is daar een voorbeeld van maar ook de bevriezing van de huurstijgingen als gevolg van corona. Zij begrijpt dat je mensen tegemoet wilt komen, maar dat had ook op een andere manier gekund, rechtstreeks door de overheid. Door telkens het maximum voor de inkomens om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning te verlagen, zijn de huurders van corporaties in veel gevallen voor meer dan de helft werkloos. Daarnaast zijn er zowel geestelijke als fysieke gezondheidsproblemen bij de huurders die niet meer bij instellingen terecht kunnen. De overheid is vervolgens van mening dat de corporaties een trekkersrol moeten vervullen bij de verduurzaming van wonen. Maar is het wel terecht om deze groep bewoners te belasten met experimenten terwijl ze – in veel gevallen - in de overlevingsmodus staan?

 

Als je werkt met corporaties in gebiedsontwikkelingen of bij verduurzamingsprojecten moet je je bewust zijn van deze situatie. Dat het gaat om de huisvesting van een kwetsbare groep voor een lange periode. Het geld dat eerst alleen aan beschikbaarheid, betaalbaarheid en woonkwaliteit besteed kon worden, moet nu ook besteed worden aan leefbaarheid en duurzaamheid. Het geld kan maar één keer worden uitgegeven. Keuzes moeten worden gemaakt rekening houdend met gebruik, onderhoud en beheer voor de lange termijn. Gezonde wijken zijn het fundament van een gezonde en evenwichtige samenleving en de corporatie spelen hier een belangrijke rol in maar wees je bewust van hun (on)mogelijkheden. 

Tinfabriek2