< Terug naar overzicht

Urgentie helpt om innovatief te worden, circulair organiseren in Parkstad

De cursisten van de NRP Academie vroegen zich af waarom we ‘in hemelsnaam’ helemaal naar Kerkrade moesten voor een cursusdag. Het antwoord was simpel: daar is een corporatie bezig met een bijzonder interessant experiment op het gebied van circulair bouwen en dat moet je gezien hebben.

 

En zo zat iedereen in het Patronaat in Kerkrade, op een steenworp afstand van de wijk Bleijerheide. Martijn Segers, projectleider bij Heemwonen, geeft een toelichting op dit experiment dat de naam Super Local heeft gekregen. Parkstad is een actieve samenwerking van acht gemeenten in Zuid-Limburg. Kenmerkend voor dit gebied is dat er al een stevige krimp van de bevolkingssamenstelling gaande is en dat deze nog lang niet tot stilstand is gekomen. Dit leidt tot een overschot in het aantal woningen van vermoedelijk 25% en dit ondanks de huishoudensverdunning. Heemwonen bezat 400 woningen in de wijk Bleijerheide waarvan 300 in een viertal flats uit begin zestiger jaren. In feite kunnen de woningen gewoon aan de voorraad worden onttrokken, maar Heemwonen ziet toch een kwalitatieve woningbehoefte in de wijk. In 2020 vindt er in Parkstad de Internationale Bau Austellung plaats (IBA) en wil men laten zien hoe je met deze opgave om kunt gaan. De taak van Martijn Segers is om in dit project aan te tonen wat er mogelijk is op het gebied van circulaire economie. Bijzonder is het feit dat hier mag worden geëxperimenteerd. Om dat mogelijk te maken, is hier sprake van een circulair proces. Het lerend vermogen in het consortium, waarin naast bouwers ook de Hogeschool Zuyd deelneemt, bepaalt de volgende stap. En men werkt daarnaast transparant; alle informatie is van de website beschikbaar. Het is niet mogelijk alle ins en outs van het project hier te beschrijven. Een van de meest bijzondere elementen van het project is het uitzagen van een deel van de flat om daar straks vier grondgebonden woningen mee te gaan realiseren. Hiervoor heeft er al een proef plaatsgevonden. Die delen van het gebouw vormen nu het Expo gebouw annex buurthuis dat op locatie staat. Een bezoek aan de flat laat zien waar dit jaar de volgende elementen uit zullen worden gezaagd. Over een jaar moeten de vier experimentele grondgebonden woningen gereed zijn.

 

Dit project is een goed voorbeeld van Circulair Organiseren, waar buitengewoon hoogleraar Jan Jonker, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, tijdens zijn lezing op in gaat. Er is een grote noodzaak voor de transitie op het gebied van energie, water, kunststof en afval. Als je het Rijksbeleid volgt, dan krijg je het gevoel dat we op de goede weg zijn. We maken mooie nota’s en schrijven hierin onze ambities voor 2030 en 2050 op. Maar hoe reëel is dat? Als we met de huidige snelheid doorgaan met het plaatsen van zonnepanelen dat halen we de ambities pas in 2350. Maar iets meer dan 8% van de energie die wij verbruiken, is duurzaam. En het is reëel te verwachten dat het energieverbruik alleen toe zal nemen. Wat moeten we doen om wel de ambities waar te maken? Jan Jonker geeft aan dat we moeten sturen op nieuwe markten, op nieuwe businessmodellen, op waarde creërende entiteiten. Dat betekent verder kijken dan het traditioneel model van kosten en opbrengsten op de manier zoals we dat deden. Dit kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door platform businessmodellen. Je bezit een asset dat maar voor een beperkte deel van de tijd wordt gebruikt. Hoe kun je ervoor zorgen dat het veel meer wordt gebruikt? Door de dienst en niet het product te vermarkten. Community based verdien modellen bieden ook perspectief. Het collectief is een goede ‘maat’ voor gezamenlijk inkopen van duurzame energie. Bij hybride modellen is het mogelijk om je niet in geld te laten uitbetalen maar in stroom (bijvoorbeeld Windcentrale). Maar zo’n collectief kan ook kleiner zijn, bij je om de hoek. Het is van belang om de kringlopen te organiseren vanuit het principe van waardebehoud en nog liever vanuit waardecreatie. De bouw loopt hierin nog niet voorop, maar we moeten niet kijken naar wat we niet doen, maar naar wat we wel kunnen.

 

Dit sluit naadloos aan bij het NRP programma circulair dat onder leiding van Bas van de Griendt wordt vormgegeven.  Hij is doende met NRP partners een manifest Circulair te maken om partijen aan te moedigen de handschoen samen op te pakken. Om dit te illustreren wordt in de middag twee lezingen gegeven van mensen die van elkaar willen leren. Johan Verbrugge van Architecten Cie. Hij wil graag ‘more with less’ doen. Vanuit de wereld van architecten zoekt hij naar mogelijkheden om de grondstoffen zo lang mogelijk in de keten te laten. Het helpt als materialen niet vatbaar zijn voor aantasting, als ze vriendelijk te verwijderen zijn en als er zoveel mogelijk generieke delen zijn. Kees van Es van sloopbedrijf Beelen Groep haakt hierop in. Hij merkt dat er te weinig kennis is op deze gebieden zijn bij architecten en bij aannemers. We kitten en purren materialen dicht en gieten op uitneembare vloerdelen een cementdekvloer zodat deze alleen maar moeizaam kan worden gesloopt. Zijn belangrijkste advies is zoveel mogelijk te werken met eerlijke materialen: beton, hout, steen en glas. Maak gebruik van zoveel mogelijke droge verbindingen zodat het gebouw eenvoudig kan worden gedemonteerd. Werk vooral niet met metalstudwanden, dit is niet milieuvriendelijk te demonteren en zeker niet opnieuw te gebruiken. Verder geeft hij aan dat de scheiding op de bouwplaats van de materialen niet nodig is en veel ruimte in beslag neemt, iets dat er vaak niet is in de binnenstedelijke locaties. De sorteermachines zijn in staat het geheel in 14 verschillende materialen te scheiden.

 

De architect en de sloper helpen de cursisten met de casus waar ze aan werken, om nu met verfrissende blik en vanuit circulair organiseren te kijken hoe het beter kan.

kerkrade2