< Terug naar overzicht

De duurzaamheid voorbij

Voor de module Verduurzamen zijn we drie cursusdagen in Utrecht, op hele verschillende plekken. We starten in het gebouw Werkspoor, de plek waar treinen, bruggen en nog veel meer producten in staal werden gebouwd. In 1912 verplaatste Werkspoor vanuit Amsterdam belangrijke onderdelen van haar fabriek naar Zuilen. Aan het Merwedekanaal ontstond een groot complex aan fabrieken en werkplaatsen. Een maquette van een deel van het terrein is te zien in Museum van Zuilen. In 1983 zijn de fabrieken gesloten, pas in 2012 werd een nieuwe ontwikkelingsvisie voor het gebied door de gemeenteraad goedgekeurd. Gelukkig is een aantal van de werkgebouwen bewaard gebleven en getransformeerd, zoals Werkspoorkathedraal en Werkspoorfabriek. Werkspoorkathedraal werd als eerste grote gebouw opgepakt en is nu een evenementenlocatie. De  Werkspoorfabriek – waar we vandaag te gast zijn in de Stadstuin – is herontwikkeld voor huurders in de maak- en creatieve industrie. Hier is de aardgasvrije brouwerij De Leckere gevestigd en is er ruimte voor ongeveer 35 verschillende huurders. Het gebouw is 175 meter lang. De inrichting is ontworpen door ZECC en gerealiseerd door Respace die hier ook kantoor houdt. Zij hebben een houten inbouwsysteem ontwikkeld dat flexibel en demontabel is; het kan op zeer eenvoudige wijze op een veranderende vraag inspelen. Het kan in woningen en werkruimten worden toegepast. Het inpassen in dit gebouw werd gerealiseerd door te werken met een 3D scan en een pointcloud, zodat het echt ging passen. Josje Schut, locatiemanager WSF events, licht toe dat er bewust is gekozen voor een huisvesting die past bij de community die de door de huurders van Werkspoorfabriek wordt gevormd. Veel gemeenschappelijke ruimte waar je elkaar kunt ontmoeten; een openbaar toegankelijk café met prijzen die je aan een kantine doen denken. We zitten in de skybox met prachtig uitzicht op kanaal en Werkspoorkathedraal en kunnen met het mooie weer buiten genieten van lunch en diner. Wat wil een mens nog meer? Inspirerende lezingen natuurlijk. 

 

Op deze plek ontvangen we in de ochtend twee sprekers over duurzaamheid. We starten met een theoretisch kader. Peter Luscuere, emeritus-hoogleraar Building Physics and Services aan TU Delft, meldt dat het toekomstbestendig maken van bestaand vastgoed een vanzelfsprekendheid zou moeten zijn. Peter is ruim 30 jaar hoogleraar naast het feit dat hij al 40 jaar in de bouwpraktijk werkzaam is. Hij gaat de cursisten meenemen in een andere manier van kijken naar onze planeet. Bij wetenschappers is er geen twijfel, zo geeft hij aan, we moeten nu handelen om de temperatuurstijging een halt toe te roepen. Daarnaast is de eindigheid van de beschikbaarheid van materialen iets dat vraagt om een structureel andere manier om hiermee om te gaan. We sturen op dit moment op efficiëntie, naar zijn mening is dit het reduceren van vervelende dingen. Zelfs het klimaatakkoord is op dit principe gestoeld. Wat we moeten doen is sturen op effectiviteit. Hij wil dat uitdrukken in een positieve footprint: wat draag je bij met je interventie. Zo is de positieve footprint van energie dat je meer hernieuwbare energie opwekt dan wat je nodig hebt, inclusief embodied energy. Met andere woorden, je doet nog meer dan het aflossen van je energieschuld aan de maatschappij. 

 

Het is interessant om zo naar verschillende elementen van duurzaamheid te kijken. Een positieve footprint voor water is dat de kwaliteit van het water dat je afvoert beter is dan wat je binnen krijgt. Toekomstmuziek? Dat valt reuze mee. Pharmafilter in Delft kan rioolwater zuiveren tot drinkkwaliteit ook al wordt het als grijs water verkocht. En wie realiseert zich dat om één kopje koffie te drinken er 1100 kopjes water nodig zijn (voor de groei van de planten). En de hoeveelheid beschikbaar schoon water is veel minder dan we denken. Voor lucht betekent de positieve footprint dat je schonere lucht uitstoot dan je binnenkrijgt. Stop kolencentrales, verminder de uitstoot van transport, gebruik filters en groen in de gebouwde omgeving. 

 

Een minder bekend element zijn technische materialen (denk aan mineralen); hiervan is de bron beperkt. Het is confronterend om te zien hoeveel goud we kunnen delven (urban mining) uit oude mobiele telefoons en hoeveel minder energie dat kost dan uit de grond delven. Maar we zijn technologisch nog niet in staat deze materialen te oogsten. Een opgave waar we nog voor staan. Eigenlijk is dit een groter probleem dan waar we duurzame energie vandaan halen. Want de bronnen wind en zon zijn oneindig en kunnen we nog veel beter benutten dan we nu doen. Waar ook nog weinig aandacht naar uitgaat is de bovenlaag van de grond, waar 50% van is verdwenen in de laatste 150 jaar. 

 

We kunnen veel meer doen dan we denken en een van de zaken die daarbij kan helpen is waterstof. Het is naar zijn mening onbegrijpelijk dat onze overheid de stap van aardgas naar waterstof niet omarmt. De infrastructuur ligt er voor meer dan 90% (gasleidingen); wat moet worden omgebouwd is zeer beperkt. Als je kijkt naar alle mogelijkheden om energie op te slaan is waterstof veruit de beste kanshebber. De infrastructuur kan all electric niet aan, dus het is zaak om waterstof ook een plek te geven. Het is in zijn ogen onbegrijpelijk dat de subsidies aan fossiele energie maar door blijven gaan. Zo blijft Nederland slecht scoren in de wereld en zullen we het klimaatakkoord nooit waar kunnen maken. De les is: denken in positieve footprints. 

 

De tweede lezing is er een uit de praktijk. Sander Willems van  Willems Vastgoedonderhoud neemt ons mee in zijn ervaringen met de verduurzaming van het corporatiebezit in Zuid-Holland. Hij is een van de drie directeuren van dit familiebedrijf dat al 80 jaar werkt aan onderhoud en verbeteringen van woningen (in bewoonde toestand) met als missie het wooncomfort in de sociale woningbouw vergroten. De landelijke ambitie in Nederland is om 1000 woningen per dag te renoveren. Als hij naar de eigen portefeuille kijkt, dan moet hij aangeven dat dit niet reëel is. Sterker nog, de achterstand neemt met de dag toe. Hoe kunnen we deze ambitie halen? De voortrajecten van renovatieprojecten duren al snel 67 weken en dan moet nog met de uitvoering worden gestart. Dit is een gevolg van alle benodigde vergunningen (o.a. flora en fauna), de traagheid van de omgevingsdienst en besluitvorming. Om het proces van renovatie zo efficiënt mogelijk in te richten, moet veel tijd worden gestoken aan de voorkant van het proces. Hij heeft ervoor gekozen om als uitvoerend en adviserend bedrijf dicht tegen de opdrachtgever aan te kruipen. Een start met het budget en een goede omschrijving van het gewenste resultaat (RGS, resultaat gericht samenwerken) is onontbeerlijk. Het scheelt de opdrachtgever de tijd om een bestek te maken en de uitvoerende partijen krijgen ruimte voor innovatie. Meer treintjes maken – dus niet een project pas starten als de voorgaande gereed is, maar de activiteiten van verschillende projecten op elkaar laten aansluiten - helpt ook om te versnellen. Meer materialen uit verschillende projecten uitwisselen bij hergebruik, niet bij elk project unieke keuzes maken zodat het beheer eenduidiger wordt. En projectoverschrijdend samenwerken. Er is heel veel kennis aanwezig bij onderhoudsbedrijven, kennis over welke keuzes, materialen en detailleringen beter en goedkoper zijn op de lange termijn. Door vaker met hetzelfde team te werken, ontstaat er lerend vermogen in het team en hoef je niet telkens het wiel opnieuw uit te vinden. 

 

Er zijn nu valkuilen. Denk aan het tekort aan en de stijging van de prijzen van bouwmaterialen. Dit kun je ook als een kans zien voor het hergebruik van bestaande materialen. Hier valt nog veel winst te behalen. Dit vergt wel meer aandacht voor het demontabel maken van de onderdelen van een gebouw. Een ander bedreiging is het tekort aan mensen. Er is nu behoefte aan niet alleen handjes op het werk, maar ook aan mensen die aan de voorkant creatief en innovatie kunnen meedenken in het ontwerp en de engineering. Hij hoopt dat de corporaties de ambities voor de verduurzaming van hun bezit verhogen, zodat de klimaatdoelen voor 2050 een stuk dichterbij komen. 

WSF2