< Terug naar overzicht

Studeren buiten de hectiek van alledag in een voormalige priorij

Wat leuk om te vernemen van de cursisten dat ze het zo leuk vinden om telkens verrast te worden door de locaties waar de opleiding plaatsvindt. Het is dan ook mooi als het plekken zijn die je zelf niet snel zou vinden. Buitenplaats Doornburgh is zo’n plek. Het is recent van de Kanunnikessen van het Heilig Graf gekocht door MeyerBergman Erfgoed Ontwikkeling en is sinds september 2018 open als buitenplaats voor kunst en wetenschap. Kunst inspireert, ontspant en brengt ideeën op gang is de gedachte, passend bij de oorspronkelijke functie. Het park en de binnentuin gelegen aan de Vecht bieden dezelfde inspiratie in de buitenlucht. Hans van Bemmel, al jarenlang vrijwillige tuinman, leidt ons rond en beaamt dat. Hier is hij in zijn element als hij ons wijst op de zichtlijnen, de oudste boomsoorten en de prachtige poort aan de Vecht. Het landgoed ligt er prachtig bij en is ooit door de familie Huidenkoper uit Amsterdam ontwikkeld zoals vele andere objecten aan de Vecht. Er is een goede aansluiting gevonden met de huidige tijd gezien de kunst in de tuin: een poëziepanorama met augmented reality waardoor je teksten van Spinvis geprojecteerd kunt zien in het park. 

Ontworpen in de traditie van de Bossche School

In het oog springend is de zeventiende eeuwse buitenplaats met de naam Doornburgh. Maar wij zijn vandaag in de voormalige priorij Emmaus die in 1964-66 is gebouwd. De ontwerper Jan de Jong, was leerling van dom Van der Laan en het gebouw is in de traditie van de Bossche School ontworpen. Hans van Bemmel omschrijft het klooster als ‘moeilijk mooi’. Qua architectuur en inrichting straalt het rust en sereniteit uit. Iedereen ervaart dat je heel rustig wordt van het gebouw. Het belangrijkste kenmerk van de Bossche School is de toepassing van een strikt verhoudingensysteem, gebaseerd op het zogeheten plastische getal, een proportie gebaseerd op onze driedimensionale – vandaar 'plastische' – perceptie van de wereld om ons heen. We kunnen hier constateren dat het werkt. 

Aan de vooravond van een grote opgave, ook bij kantoorgebouwen

Hilde Remøy, assistent hoogleraar TU Delft, geeft het eerste college in de module Verdienen. Zij is al jaren bezig met onderzoeken naar transformatie en de transformatiemeter is een van de instrumenten die zij samen met anderen heeft ontwikkeld. Goed inzicht krijgen in de mogelijkheden van bestaand vastgoed en het rekenen moeten hulp bieden zodat de keuze voor transformatie niet te snel overboord wordt gegooid. Als je vanuit de duurzaamheidsambities kijkt, dan staan we aan de vooravond van een grote opgave, ook bij de kantoorgebouwen. Veel kantoorgebouwen zijn getransformeerd naar woningbouw, maar er is ook nog altijd vraag naar werkruimten. Kunnen de oudere kantoorgebouwen niet hiervoor worden aangepast? Daarvoor is het belangrijk in beeld te brengen welke mogelijkheden die gebouwen bieden, maar ook wat de huidige vraag is naar kantoor- en werkruimten. Ook de locatie is hierbij van belang. Er is nu een trend zichtbaar dat de werklocaties dicht bij treinstations gelegen moeten zijn, waardoor de kantorenparken buiten de stad (en vooral in satellietsteden) niet aantrekkelijk zijn. Als gebouwen niet meer alleen als een financieel product worden gezien maar ook als gebruiksgoed worden behandeld, is er nog een toekomst voor een deel van de 6 miljoen vierkante meters leegstaande kantoorgebouwen, zo geeft Hilde weer.

Sturen op waarde met value engineering

De tweede spreker geeft een toelichting op valuemanagement en value engineering. Het is een methodiek die in de VS is ontwikkeld en niet alleen kijkt naar kosten en opbrengsten maar stuurt op waarde. Timme Hendriksen is werkzaam bij zijn eigen bureau Value FM en bij ProRail. Veel mensen in de wereld van vastgoed vinden sturen op ‘waarde’ lastig omdat het subjectief is. Value engineering laat zien dat we ongemerkt sturen op waarde en deze systematiek je helpt om het te onderbouwen. Waarde definieert Timme als functie en prestatie gedeeld door middelen (geld, arbeid etc.) Dit maakt duidelijk dat de functie centraal staat. Elke product heeft een functie en voor die functie heeft men geld over. Maar vaak heeft het product nog meer functies. De vraag is of men er dan ook meer geld voor over heeft. Door middel van het ontleden van een zaklamp wordt geoefend in het beschrijven van alle functies en het toekennen van de kosten per functie. Value engineering is een systematiek die in een proces zorgt dat er een pas op de plaats wordt gemaakt om in een groep met de belangrijkste stakeholders te bekijken of de oplossing die er op dat moment is, voor iedereen de meest optimale is. Een pas achterwaarts om vervolgens vol overtuiging met z’n allen de volgende stap voorwaarts te maken. Ogenschijnlijk lijkt het meer tijd te kosten, maar het proces kent veel minder ‘hobbels’ omdat het draagvlak onderwijl wordt geregeld. In de middag gaan de cursisten dit zelf ervaren aan de hand van een casus. Na de middag mag iedereen weer tot rust komen. Hoe passend, in de refter (voormalige eetzaal) met uitzicht op de Vecht en het park. 

doornburgh2

doornburgh3