< Terug naar overzicht

Artikel Mei van Eeghen

‘In gemeenteland is men op zoek naar de invulling van de eigen rol bij gebiedstransformatie,’ aldus stedenbouwkundige Mei van Eeghen van de gemeente Haarlem. Zij deed veel inspiratie op bij het volgen van de NRP Academie voor renovatie en transformatie. ‘Gebiedstransformatie vraagt echt een andere aanpak en een andere rol van de gemeente, maar mijn advies is: maak het niet moeilijker dan het is. In de praktijk blijkt dat er heel veel mogelijk is. Onder andere door veel nauwkeuriger de ingrepen af te stemmen op de gebruikers.’

door: Josine Crone, NRP

‘Haarlem is eigenlijk één groot transformatieobject’, vertelt stedenbouwkundige Mei van Eeghen. Al decennia lang kan deze gemeente niet meer uitbreiden, waardoor de focus sterk ligt op het aanpassen van de bestaande stad aan nieuwe functies. Dus in die zin is er niets nieuws onder de zon. Maar de omstandigheden zijn wel veranderd. Ook hier is leegstand, zij het minder dan bijvoorbeeld in Amsterdam of Nieuwegein, en heeft de gemeente zelf veel minder geld om te investeren dan vóór de crisis. Dat vraagt dus om een andere aanpak. Van Eeghen is opgeleid als restauratiearchitect aan de TU Delft en zocht een vervolgopleiding op gebied van renovatie en transformatie. Zij vond die bij deNRP Academie, die zij vorig jaar afrondde. 

Welke inzichten heb je opgedaan?

‘Als belangrijkste heb ik ervaren dat het allemaal niet zo moeilijk hoeft te zijn. Ik heb veel casussen gezien waarbij mensen een project op onconventionele wijze hebben opgepakt. Wat betreft techniek, financiering of in de samenwerking. Vooral de financiële kant hoeft niet zo moeilijk te zijn. Ik merk dat planeconomen waar ik mee te maken heb, heel bang zijn voor renovatie en transformatie en dan met nieuwbouwprijzen gaan rekenen. Daarop lopen projecten stuk. Tijdens de cursus kreeg heel veel voorbeelden van hoe dat anders kan.’

Wat is de sleutel tot succes?

‘Dat heeft heel veel met gezond verstand te maken. En dus niet terugvallen op oude gewoonten in de sfeer van ‘zo gaat dat nu eenmaal’. Gewoon doen dus. Je kan beter dingen doen en achteraf zien dat het anders had gekund, dan helemaal niets doen. Daar komt natuurlijk lef bij kijken. Een mooi voorbeeld vind ik de aanpak van BOEi, die erfgoed opkoopt en het transformeert voor nieuwe functies. Zij gaan er niet vanuit dat het project in één keer tiptop moet zijn, maar pakken de opgave juist per stukje aan en kijken per gebruiker wat die nodig heeft. Dus de ingrepen optimaal afstemmen op hun gebruik. Zo heeft een kantoorgebruiker andere wensen dan een kunstenaar, die wellicht vooral veel ruimte nodig heeft maar weinig klimaateisen stelt. Door heel precies te luisteren naar de gebruiker en alleen dat te doen wat voor die gebruiker nodig is, bespaar je heel veel geld. En kan je per stukje van een gebouw bekijken wat technisch nodig is, het geld erbij regelen en zo het gebouw veroveren. Dus geen eindplan maken maar de gebruiker zo precies bedienen dat je niet veel geld uitgeeft.’

Gaat dit ook op voor transformatie van gebieden?

‘Ja, dat is gebleken bij diverse gebiedsontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied.  Het afgelopen half jaar heb ik gewerkt aan de wijk Schalkwijk in Haarlem, een gebied waar nieuwe impulsen nodig zijn. Ook daar zijn we aan het kijken of dit mogelijk is. Ik heb diverse voorbeeldprojecten bezocht en bestudeerd waar dit is toegepast. In het midden van Schalkwijk ligt een kantorenzone, die nagenoeg leeg staat. Om te beginnen moet je als gemeente alleen dat vragen wat minimaal nodig en belangrijk is voor de kwaliteit die je als gemeente wilt. Dat betekent dus heel veel loslaten aan wensen en eisen. En vertrouwen hebben in de partijen die dat vastgoed in eigendom hebben. Het heeft ook gevolgen voor de openbare ruimte, omdat we daar als gemeente geen geld meer voor hebben. We zitten nu bij de gemeente op een kantelpunt, maar ik merk dat het heel moeilijk is om los te laten. In Diemen zag ik een mooi voorbeeld bij de transformatie van kantoren naar een studentenwijk. Dat begon met één eigenaar en de rest haakte daarna aan. Zo kwam een hele keten op gang. Het stedenbouwkundig kader was uitermate globaal, maar alleen al het feit dàt het er was, triggerde de eigenaren om in actie te komen. In Diemen liet de gemeente de eigenaren de openbare ruimte zelfs geheel betalen.’

De gemeente houdt dus wel een belangrijke rol in het nemen van het voortouw?

‘Ja, in ieder geval als private partijen zelf niets doen. Je hoeft heus niet eerst met iedereen in zo’n gebied te overleggen. Het bieden van ruimte voor initiatieven, dat is waar het om gaat. Maar juist als er wel initiatieven komen heeft de gemeente een grote rol, namelijk om deze goed te faciliteren. Dat is nieuw voor de gemeente. Om de planvorming aan de eigenaren zelf over te laten maar ze daar wel in te ondersteunen. Dat is niet heel gemakkelijk, maar daar is men in gemeenteland wel naar op zoek.’

In Haarlem heb je bovendien te maken met veel erfgoed.

‘Dat er hier veel erfgoed is maakt de aanpak nog preciezer en gedetailleerder. Als er monumentale waarden zijn, heb je meer kansen èn meer zaken waar je rekening mee moet houden. Zelf vind ik het fascinerend dat je bijdraagt aan de toekomst van zo’n gebouw dat er al zo lang staat en hopelijk nog een hele poos meegaat, in plaats van de wegwerpmentaliteit. Dat geeft mij veel energie. Als stedenbouwkundige ben ik nu bezig met de transformatie van de binnenstad en kan ik de kennis die ik op de NRP Academie heb opgedaan, goed benutten want hergebruik en renovatie van gebouwen speelt een grote rol. Ook van de samenwerking met andere cursisten heb ik veel geleerd. Iedereen bracht zijn eigen kennis en invalshoek mee in het werken aan een casus en die deelde je met elkaar, zeer leuk om mee te maken! Dat is echt één van de grootste meerwaarden, dat je met cursisten uit al die verschillende vakgebieden samenwerkt. Voor mij was het een eyeopener dat je niet alle kennis in huis hoeft te hebben, en hoe eenvoudig je zaken met anderen kunt oplossen. Daardoor merk ik in mijn werk dat ik andere disciplines sneller vind en benader. Even kortsluiten met de juiste personen. Ik zoek die samenwerking nu makkelijk op en heb daar echt veel voordeel van. Het is een wijze les dat je zoveel meer aan elkaar kunt hebben.’