< Terug naar overzicht

NRP Academie 5e leergang gaat van start

Het programma van de NRP Academie biedt een aantal mogelijkheden waarop cursisten kennis kunnen maken met de opleiding, het zogenaamd collegiaal programma. De collega’s van cursisten en NRP FORUM-leden zijn welkom bij de colleges van de NRP Academie. Een buitenkans om deel te nemen aan interessante lezingen en contacten te leggen met nieuwe cursisten en alumni van de NRP Academie.

 

Op de eerste dag van de module Vernieuwen duiken de cursisten in de voortdurend veranderende wereld. Veel van de bekende zekerheden zijn weggevallen. Rollen verschuiven en andere partijen willen op allerlei momenten een rol in jouw renovatie- of transformatieproject.

De cursisten worden door prof. Dr. Hans Boutellier (wetenschappelijke directeur Verwey-Jonker instituut) even uit hun comfortzone gehaald. Hij laat als geen ander zien hoe veranderingen elkaar beïnvloeden en hoe je als professional toch je weg hierin kunt vinden.

 

In een wervend verhaal duikt Hans Boutellier in de veranderingen in de maatschappij. Van improvisatiemaatschappij tot chaotische samenleving, van symfonie orkest naar jazz? ‘Het vereist de hoogst mogelijke vorm van menselijke organisatie. Samenwerken en luisteren, elkaar aanvullen, je aan bepaalde basisregels houden, het vormt de basis van eindeloze variatie.’ ‘Dit geldt ook voor jullie prakrijk.’

 

‘Wees je bewust dat een samenleving geen einddoel heeft’

‘Wat voor bewegingen in overheidsbeleid zien we? Wat is permanent? Verandering. Denk aan het patroon van centralisatie en decentralisatie, de participatiemaatschappij en de roep om een daadkrachtige of juist terughoudende overheid. Wees je bewust dat een samenleving geen einddoel heeft. Er is slecht permanente verandering, maar er is geen eindpunt waar we als samenleving naartoe leven. We leven dan ook niet in een tijdperk van verandering, maar in verandering van tijdperk zoals Jan Rotmans zegt. En dat vraagt veel, van burgers, overheid, en corporaties.

 

Hans Boutellier vat de hedendaagse veranderingen samen in drie kernbegrippen: internationalisering, informatisering en individualisering. Boutellier verrijkt zijn verhaal over netwerken, data mining, tijdelijkheid en de voortdurende verandering in de verhouding tussen individu en collectief met prachtige voorbeelden. Een ‘spreeuwenwolk’, jazzmuziek, elektrische netwerken en voorbeelden uit de natuurwetenschap. Inspiratie met hoofletter I.

 

Al deze elkaar steeds sneller opvolgende veranderingen en groeiende netwerken hebben consequenties voor nieuwe vormen van bestuur. ‘Door de hybride netwerksamenleving zijn veel organisaties en individuen uit het oog verloren wat hun kernidentiteit is. Afstemming en feedback geven is een permanent opgave. Het onderhouden van je relaties in netwerkmaatschappij is werk geworden.’

‘Huurders zijn dan ook geen klanten maar bewoners’

 

Ter verheldering formuleert Hans Boutellier enkele principes:

1.Werk met thema's en principes i.p.v. kaders en controle

2.Faciliteer positieve dynamiek en begrens negatieve dynamiek, een kanaliserende overheid (vermijd de maakbaarheidsopvatting).

3.Creëer en behoud consensus i.p.v. aanbod of vraag. Organiseer daaromheen je de partijen. Vraag om consortia en arrangementen. Niemand kan het nog alleen.

4.Het cruciale belang van wederkerigheid, vertrouwen en controle. Je moet geven, ontvangen en door willen geven. Hoe stop je dat in een contract?

5.Zorg voor eenvoud en helderheid in procedures, expliciteer verwachtingen (ook naar burgers)

6.Creëer nabijheid en zorg voor 1 op 1 contact : geef aandacht.

 

Boutellier concretiseert zijn betoog op de taken van de corporatie. ‘Verhuren is een wederkerig proces. Wat draag jij bij aan leefbaar houden van de omgeving? Dat kun je niet altijd allemaal zelf organiseren. Je hebt daarbij een gedeelde verantwoordelijkheid. Huurders zijn dan ook geen klanten maar bewoners.’

 

 

‘Zie de erfgoedsector als veelzijdig partner’

 

Hans Lars Boetes, senior adviseur erfgoed en ruimte bij de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed liet de cursisten kennis maken met de praktijk van de erfgoedprofessional.

In een vliegende presentatie liet Hans-Lars zien wat er allemaal wel kan met monumenten, welke waarde erfgoed kan hebben voor de omgeving en hoe kennis vanuit oude bouwtechnieken een oplossing kan bieden voor de opgaven van nu.

 

‘Zie de erfgoedsector als informatieve en communicatieve maar ook als ontwikkelende partner. Betrek ons zoveel mogelijk bij uw plannen, het kan achteraf veel gedoe voorkomen door vooraan in het proces alle informatie ter beschikking te hebben.’

 

Boetes schetst de opgave waar de erfgoedsector voor staat:

- 2 mln m2 religieus vastgoed staat leeg

- 3 mln m2 winkelruimte staat leeg

- 8 mln m2 kantorenvastgoed staat leeg

- 20 mln m2 maatschappelijk vastgoed staat leeg

- 30 mln m2 agrarisch vastgoed wacht op een nieuwe bestemming

 

‘De erfgoedsector is voortdurend in beweging’

En dat wordt de komende jaren alleen maar meer door verschuivingen in onze samenleving. Een korte toelichting op de erfgoedwet en omgevingswet, de instandhoudingplicht maakte duidelijk dat ook de erfgoedsector voortdurend in beweging is. Wat te denken van verduurzaming van rijksmonumenten of erfgoed een plek geven in de ruimtelijke transities, de energietransitie en een klimaatneutraal en klimaatbestendig Nederland en dat met behoud van kwaliteit van de leefomgeving.

 

Hans-Lars biedt de aanwezigen een handvat: kijk naar de lijn van moeten, willen en kunnen. ‘Moeten’ geeft veelal het kader van de wetgeving aan. Hierover is veel al online te vinden door middel van digitale kaarten. Als je tijdig je onderzoek doet, ben je al met risicomanagement bezig. ‘Willen’ geeft aan dat er kansen zijn. Erfgoed is onwijs populair en veel mensen willen er iets mee. In de nabijheid van erfgoed zijn de waarden van het onroerend goed hoger, dus het levert ook geld op. Willen is niet overal even makkelijk. In de krimpgebieden liggen de nieuwe functies ook niet voor het oprapen. ‘Kunnen’ is putten uit het verleden voor de nieuwe opgave. We hebben altijd gewerkt aan toekomst bestendig bouwen en dat kunnen we nu ook. RCE focust op grote transities en wil daarin partner zijn met kennis en als het beschikbaar is ook met geld. Zij helpen mee aan het schrijven van ontwikkelingsvisies (bijvoorbeeld Deventer), adviseren op allerlei vlakken om dingen mogelijk te maken. Aan de hand van een drietal voorbeelden wordt via deze lijn van moeten-willen-kunnen besproken wat de opties zijn. Als je dan over Veenhuizen moet nadenken, blijkt dat het is nog altijd niet zo makkelijk is als je denkt.