< Terug naar overzicht

Omgaan met historie door Marinke Steenhuis

Voor de Alumni organiseren we elk jaar een lezing en een mogelijkheid om in gesprek te gaan met de spreker en dit jaar was Marinke Steenhuis van SteenhuisMeurs onze gast. Dit bureau richt zich op het inzetten van cultuurhistorisch onderzoek in actuele ruimtelijke opgaven. Anders dan andere cultuurhistorische bureaus is het bureau een combinatie van historici en ontwerpers om de verbinding van geschiedenis naar de toekomst te helpen vormgeven. Wat Marinke betreft hanteren zij ook een ander uitgangspunt dan wat men veelal als ervaring heeft opgedaan bij monumentencommissies. Transformatie zit in het DNA van Nederland, wij zijn een land van permanente verandering en niet van puur behoud. De kunst is om helder te maken aan opdrachtgevers en ontwerpers wat om welke reden behouden zou moeten worden maar ook wat voor spelregels er zijn voor aanpassingen en toevoegingen van nieuwbouw. Ga dus uit van verandering. Op welke plek zou nieuwbouw naast het erfgoed passen en aan welke eisen zou dit moeten voldoen. Dat red je niet met alleen een cultuurhistorisch onderzoek met waardestellingen. Het gaat er in de praktijk om wat je met die waardestellingen kunt doen. In de afgelopen jaren heeft het bureau SteenhuisMeurs hier verschillende producten voor ontwikkeld. Een aantal worden hier kort toegelicht.

 

Strategisch narratief. Marinke maakt duidelijk dat geschiedenis nooit objectief is. Geschiedenis is een interpretatie van feiten; diegene die het opschrijft, kiest ook wat wordt weggelaten. Je construeert een verhaal en je maakt keuzes net als een ontwerper dat doet. Je kunt een gebied in kaart brengen met gethematiseerde verhaallijnen. Zo kun je in de provincie Drenthe de lijn van de hunebedden in beeld brengen, maar er zijn ook hele andere lijnen te vinden. Zo staat de provincie met de koloniën van Weldadigheid en Kamp Westerbork ook bekend als plekken waar je mensen naartoe stuurt – naar deze woeste gronden - om zichzelf opnieuw uit te vinden. Als de vraag nu is om een ontwerp te maken voor het recreatielandschap van de provincie, dan wordt met een strategisch narratief veel aanknopingspunten geboden.

 

Bijsluiters. De bijsluiter is ontstaan in Rotterdam. De gemeente heeft ongeveer 3000 stuks vastgoed en grond in bezit en wil dit verkopen. Er zijn panden bij met culturele historische waarde zonder een monumentenstatus. Hoe kun je dan bij verkoop toch zorgen dat wat waardevol is, behouden blijft? In de bijsluiter, die 2 A4’tjes beslaat, wordt aangeven wat bij het object van waarde is en behouden zou moeten worden en worden daarnaast adviezen meegegeven voor aanpassingen. Door middel van kettingbedingen of kwalitatieve bepalingen kun je de bijsluiter als contractstuk borgen. Om het ook voor de toekomst te borgen, moet bij een aanpassing van het bestemmingsplan de bijsluiter worden meegenomen.

 

Visualisaties. Bij cultuurhistorisch onderzoek denkt men al snel aan oude kaarten, foto’s en veel tekst. Maar vaak is meer nodig om de kennis van een gebied over te dragen. Door bijvoorbeeld de structuren zichtbaar te maken van naoorlogse wijken, wordt in één oogopslag duidelijk wat een wijk anders maakt. De kunst is om hier de juiste lagen te laten zien die voor transformatie van het gebied van belang zijn. Dat zijn bijvoorbeeld structuren van bouwblokken, landschap, parken en zichtlijnen. Maar dat kunnen ook iconen zijn, of gebouwen die juist door een hele afwijkende maat opvallen (‘joekels’). Op deze wijze wordt het gebied leesbaar en kun je per laag met elkaar omschrijven wat van belang is en op welke wijze dat zou moeten worden behouden.

 

Gebiedspaspoort. Kavelpaspoorten zijn een redelijk bekend middel die worden ingezet bij de verkoop van kavels bij nieuwbouwprojecten. Het kan ook een goed middel zijn om aan te geven hoe je met gebied kunt omgaan. Het voorbeeld dat Marinke hierbij geeft is dat van het Hembrug terrein in Zaanstad. Het terrein heeft 60 monumenten, maar de oude wapenfabriek van de stelling van Amsterdam is meer dan alleen deze verzameling monumenten. Door het gebied onder te verdelen in sferen, deze goed te beschrijven en het laadvermogen voor nieuwbouw per sfeer te bepalen wordt een handvat aan ontwikkelaars aangereikt om een goed plan (en bod) op het gebied uit te brengen. In het gebiedspaspoort wordt omschreven wat de nieuwe betekenisvolle ontwerpwerkelijkheid is en hoe alles wat een waarde heeft (groen, structuur en gebouwen) tot zijn recht kan komen.

 

Marinke sluit haar lezing af door iedereen de boodschap mee te geven dat je je moet realiseren dat je verder gaat op de schouders van anderen, de anderen die de geschiedenis tot dat moment hebben bepaald. Dat vraagt om respect en integriteit, maar ook om creativiteit om de vertaling te maken naar wat de toekomst nodig heeft. Daarbij heb je te maken met de mensen in de omgeving die het gevoel hebben dat het ook ‘van hen’ is. Hier moet je een open oor voor hebben, het kan je ook veel opleveren. Maar ‘at the end of the day’ ben jij de professional die de afweging moet maken om een leidraad te maken die toekomstbestendig is.  

marinke_2