< Terug naar overzicht

Onderzoekend werken

Er zijn van die plekken, waar als je binnenkomt je ogen direct naar het plafond worden getrokken. Dat is het geval bij de Julianakerk in Transvaal. Je ziet het hoge plafond met glas-in-loodramen en de grote oosters aandoende lichtarmaturen. Je waant je in het buitenland. 

De kerk dateert van 1924-1926 en is ontworpen dor G. Van Hoogevest. De financiering van de kerk was bijzonder, door ‘éénuurloon bond’. Leden van de bond stonden een uurloon per week af zodat in hun wijk een kerk zou komen.  In 1997 kwam de kerk leeg en een jaar later werd het aan de gemeente Den Haag verkocht die het gebouw in 2004 verkocht aan Stadsherstel. Toenmalige burgemeester Wim Deetman, die zelf is gedoopt en heeft gekerkt in de Julianakerk, gaf het startsein voor de verbouwing. In 2006 is het gebouw geopend. Wij zijn te gast in Julianaplaza waar onze gastheer Atalay Celenk ons verwelkomt. Zijn droom is de huiskamer van Transvaal te zijn, een sociaal ontmoetingscentrum voor een wijk die het niet makkelijk heeft. Er was ook een restaurant in gevestigd, maar sinds de uitbraak van corona wordt de restauratieve functie ingezet bij feesten, recepties en partijen. Er worden hele verschillende activiteiten georganiseerd. De keuken wordt tijdens de ramadan aangepast om vervolgens geschikt te zijn als leercentrum voor jongeren. Veel activiteiten worden georganiseerd voor vrouwen onder het noemer Maatschappelijk Fit, om hen te activeren, motiveren en enthousiasmeren. Het lijsttrekkersdebat voor de komende gemeenteraadsvergadering wordt hier gehouden: een uitgelezen kans om aandacht te vragen voor de wijk Transvaal. Wij voelen ons zeer welkom en genieten van een uitstekende lunch en diner in deze mooie ruimte. 

 

De eerste lezing in de ochtend is van Rutger Oolbekkink, als zelfstandig adviseur werkzaam als kansenmaker voor de regio’s Utrecht en Amersfoort en werkzaam voor NRP als trekker van het programma NRP Forum. Rutger heeft in opdracht van het College van Rijksadviseurs (CRA) vier grote ontwerpprijsvragen opgezet en begeleid onder voormalig Rijksbouwmeester Floris Alkemade. 

 

De vier prijsvragen zijn: a home away from home, who cares, brood en spelen en Panorama Lokaal. Het voert te ver om op alle prijsvragen in te gaan, maar er kan veel van worden geleerd. Uiteindelijk hebben de prijsvragen 728 inzendingen opgeleverd, 69 vervolgopdrachten en 34 winnaars. En daarnaast zijn ook niet winnende teams doorgegaan. Interessant is dat recent door Drift onderzoek is gedaan naar de impact van deze prijsvragen. 

Een prijsvraag start met het reframen van de vraag. Dit biedt de mogelijkheid om de vraagstelling breder te maken waardoor oplossingen bij kunnen dragen aan meer doelen zoals bijvoorbeeld klimaatadaptie en energietransitie. 

 

De vraag is natuurlijk wat met de prijsvragen wordt bereikt. Rutger geeft zelf aan dat het mooi is door bij de serie betrokken te zijn dat je je voortschrijdend inzicht kunt inzetten. Je ervaart waar ontwerpend onderzoek toe kan leiden. In toenemende mate is het gelukt om te sturen op lokale coalities met gedeelde belangen en te zorgen voor een goede ontwerpvraag bij de ontwerpteams. Ook is geleerd dat samenwerking soms een duwtje nodig heeft. Speeddaten (tussen boeren en ontwerpers) en markten (pre-corona) houden zijn manieren om dit te doen. Dit leidt ook tot een grotere betrokkenheid van bewoners en gebruikers.

 

De waarde van ontwerpend onderzoek met multidisciplinaire teams is dat leidt tot het integrale oplossingen gericht op de lange termijn voor een veel breder vraagstuk dan men aan de voorkant had gedacht. In het onderzoek van Drift werden de volgende conclusies getrokken:

  • De prijsvragen werken als een laboratorium. De denkruimte wordt opgerekt, er wordt integraal gewerkt. Het levert de opdrachtgever een proeftuin op en biedt jonge ontwerpers en coalitie een podium. Het laboratorium levert kennis op die verder kan worden gedeeld, zie hiervoor Flexibele woonoplossingen.
  • Door de inzet van ontwerpkracht wordt het repertoire van de ontwerpers vergroot. Het roept verlangen op en overstijgt belangen. Ontwerp als middel om systematisch grenzen zichtbaar te maken en te kijken of deze vervolgens kunnen worden geslecht. 
  • Multidisciplinair samenwerken levert in elke fase en op elk niveau onverwachte verbindingen. De prijsvragen zijn een goed middel op deze samenwerkingen te stimuleren. 
  • Cultuurverandering om door middel van prijsvragen bestaande praktijken verder te brengen. Niet probleem maar kans georiënteerd werken. 

Rutger geeft een aantal voorbeelden van projecten die zijn doorgezet. Soms kost het wat tijd, maar de prijsvragen kunnen naast bovenstaande punten ook in de praktijk tonen wat hun toegevoegde waarde is. 

 

De tweede lezing van de ochtend wordt verzorgd door Justien Marseille, futuroloog (The Future Institute en Hogeschool Rotterdam). Zij kijkt kritisch en zonder vrees naar mogelijke toekomsten. Ruim 25 jaar toekomstonderzoek laat naar haar mening zien, dat de toekomsten ook te voorspellen zijn. Het leert je omgaan met onzekerheid en complexiteit en is in tegenstelling tot wat mensen denken echt een wetenschap. We moeten ons bewust zijn van het feit dat wat we niet kennen of ons niet past, door ons brein klein wordt gemaakt. Toch zijn het juist die kleine signalen die voorspellers kunnen zijn van grote veranderingen. De innovators initiëren die veranderingen. Vervolgens worden die opgepakt door de early adopters. Als de risico’s eraf zijn, pakt de early majority het op. En dan houd je nog altijd de groep sceptici over die niet met de trend mee willen gaan, maar daar kun je ook veel van leren. Haar advies is dan ook: let vooral op de kleine veranderingen en disruptieve innovaties.

 

Een mooi voorbeeld is de trek naar het platteland. Al eeuwen heeft men het over de trek naar de stad, maar al tien jaar geleden was er kleine groep die de stad de rug toekeerde. Nederland is ook niet een vol land maar een lege stad, zo laat zij een artikel zien. Mede nu door het coronavirus en door technologie kunnen we overal werken en dus ook wonen. Nu is er meer behoefte aan ruimte en is het een grotere trend: van stad naar randland. Zij onderscheidt nog meer trends, zoals van eeuwig naar even. Kijk maar naar de woonduur van mensen. Niet meer vijf woonsituaties in een leven; dat hebben mensen nu al meegemaakt voordat ze volwassen zijn. Er komen ook steeds meer verschillende woonvormen. 

 

Een andere trend is van staat naar straat. De democratie wordt veel kleinschaliger ingezet, communities sturen zelf in plaats van naar de overheid te kijken. Naar de mening van Justien zijn juist de verschillen tussen mensen interessant want zo kun je juist iets voor elkaar betekenen. Als we nu van baan naar ‘skills’ gaan, dan kan iedereen aanbieden waar hij/zij goed in is. En als de trend van geld naar waarde doorzet, van winst naar nut, dan kan er een nieuwe economie ontstaan. Je kunt met angst kijken naar het Chinese creditsysteem, maar je kunt er ook van leren. We zijn geneigd om dit te veroordelen als niet democratisch. Maar met de scherpte die we van Justien gewend zijn, vraagt ze hoe democratisch wij in Nederland zijn: eens in de vier jaar gooi je je stem in een kliko! Een belangrijke paradigmashift is van het organiseren van het aanbod naar het mobiliseren van de vraag. Dat gaat nog een groot aantal innovaties opleveren, zo meldt Justien. 

julianakerk2