< Terug naar overzicht

Cursusdag 4: Ontslakken

Bij velen zal de vraag in eerste instantie zijn, wat Ontslakken nu doet in het programma van NRP Academie. Maar als Jos Feijtel je uitlegt dat het Ontslakkingsteam voortkomt uit de Actieagenda Bouw om rondom de wens om versnelling bij gebiedsontwikkeling te bewerkstelligen door soepeler om te gaan bij regelgeving en vergunningverstrekkingen. Een van de zaken die duidelijk wordt als je bij de gemeenten binnen mag kijken, is dat zij zelf geen idee hebben van het aantal beleidsnota’s dat zij als gemeente hanteren naast bestaande wetgeving vanuit het Rijk en zonder de bestemmingsplannen mee te nemen. Wendy de Hoog van het Ontslakkingsteam illustreert wat je kunt doen als je luistert en meegaat met een initiatiefnemer en de toets aan regels achteraf laat plaatsvinden. Veel tijd wordt bespaard door geen stedenbouwkundige plannen of beeldkwaliteitplannen te maken.

Maar hoe doe je dat, Ontslakken? Sandra Schruijer, die als expert/hoogleraar wordt ingezet bij het Ontslakkingsteam, maakt duidelijk dat je dit proces niet moet onderschatten. Samenwerken is namelijk een kwestie van emoties en we zijn we niet gewend om dit een plek te geven. Veranderen lijkt namelijk altijd tot weerstand en de kunst is hier mee om te gaan. Je moet het ontzorgen, mensen voldoende zekerheid geven en ruimte creëren voor de transitie. Haar advies is om te zorgen voor emotionele inenting en hier tijd voor vrij te maken.

Danielle Dictus, projectleider Havenkwartier Breda, illustreert aan de hand van de ontwikkeling van het Havenkwartier, wat er dan gebeurt en op je afkomt als gemeente. Het is leuk en leerzaam om dit te doen bij een gebied dat de eerstkomende 10 jaar niet wordt herontwikkeld en om ruimte te geven aan veel tijdelijke functies. De les die zij meegeeft is dat als de gemeente zich terugtrekt, anderen deze ruimte, taken en verantwoordelijkheden moeten oppakken. Iets waar we als samenleving ook aan moeten wennen.

dag 4

Herbert Pasveer van Banning Advocaten praat over ruimtelijke ordeningsinstrumenten en de flexibiliteit in de ruimtelijke ordeningswetgeving. Het gaat in zijn lezing vooral over de manier van definiëren en interpreteren. Vuistregels komen voorbij zoals: hoe gemakkelijker het bestemmingsplan, des te moeilijker de bestemmingsplanprocedure. Daarnaast blijkt de werkelijkheid en de juridische werkelijkheid niet altijd hetzelfde. Planschade gaat bijvoorbeeld over rechtszekerheid, niet per se over wat er daadwerkelijk wordt gebouwd en hoeveel ‘schade’ dit oplevert. Er zit wel meer ruimte aan te komen, per 1 november is er een verruiming van der zogenoemde kruimelgevallenprocedure. We worden meegenomen in de zaak van de Malteze Leeuwtjes, als voorbeeld hoe regels en de daadwerkelijke situatie verschillend kunnen zijn.

Joost Pothuis, adviseur bij Arcadis en mede-auteur aan het Bouwbesluit 2013, zet de redenering van het Bouwbesluit uiteen. De randvoorwaarden voor flexibiliteit en gebruik van een gebouw zijn de gebruiker, het gebouw, de kwaliteit, de techniek en de kosten. Dan pas de bouwvoorschriften, als sluitpost en nooit als randvoorwaarde in het begin. Wettelijke eisen zijn in eerste instantie niet van belang, de belangrijke vraag is hoe de mens werkt. De wetgeving is er daarna voor om te zorgen dat je hier een bepaalde standaard over afspreekt van wat me aanvaardbaar acht. Het is een schijnzekerheid dat dit objectief vast te stellen is. Bijvoorbeeld toegankelijkheid voor gehandicapten is een discussie over de mate van handicap waarmee een persoon nog redelijkerwijs toegang tot een gebouw heeft. Het bouwbesluit is veel ruimer dan je denkt. Denk verstandig: als je een goed gebouw hebt, is de kans heel groot dat je ook een gebouw hebt wat een het bouwbesluit voldoet. Zeker met betrekking tot eisen aan bestaande bouw.