< Terug naar overzicht

Op zoek naar structuur en ruimte voor toeval

We hadden zo gehoopt op een leergang van de NRP Academie zonder digitaal onderwijs, maar helaas heeft het niet zo mogen zijn. Maar we houden de moed erin en hopen binnenkort wel fysiek en op een inspirerende locatie door te gaan. 

 

Voor het 9e jaar op rij wordt het academisch jaar van de NRP Academie geopend door prof. Hans Boutellier (hoogleraar aan de VU). Met de snel veranderende wereld, is dat voor hem geen herhaling van zetten. Vorig jaar was corona de aanleiding voor een aanvulling. Nu is de uitgave van zijn meest recente boek ‘Het Nieuwe Westen’ een reden om de presentatie te actualiseren. Naast dit boek is zijn presentatie gebaseerd op zijn boek ‘De Improvisatiemaatschappij’. In dit boek heeft Hans een beeld gegeven van de samenleving zoals hij deze beschouwt. Drie ontwikkelingen zijn daarbij van grote invloed geweest: internationalisering, informatisering en individualisering. Waar de 20e eeuw zich kenmerkte door allerlei ideologieën die na en naast elkaar zijn ontstaan, leven we nu in een tijd van ‘pragmacratie’. Dit leidt tot de huidige netwerksamenleving: zonder grote verhalen en ideologieën. Veel mensen ervaren dit als complexiteit zonder richting. 

 

Toch is de samenleving niet zonder structuur, zo geeft Hans weer. De complexiteitswetenschappen laten zien dat er ook ordening zit in complexiteit. Om hier vat op te krijgen heeft Hans de metafoor van de jazz, geïmproviseerde muziek, geïntroduceerd. In tegenstelling tot een georkestreerde samenleving met uitgeschreven partituren voor elke lid van het orkest en een strenge dirigent die iedereen aan de afspraken houdt, zijn er afspraken op toonhoogte en akkoordschema’s met een lichte vorm van leiderschap. Elke muzikant moet kennis, ervaring en vaardigheid hebben. Er is ruimte voor iedereen om te excelleren als hij ook de ander die ruimte gunt. Dan maak je iets wat je nog nooit eerder hebt gehoord. 

 

Een van de keerzijden van deze netwerksamenleving is dat het huidige bestuursmodel van pragmacratie niet het antwoord heeft op alle maatschappelijke vraagstukken. Het is maar tot bepaalde hoogte succesvol; dat is nu in het coronabeleid wel duidelijk. Dat lijkt nu alleen een grote reeks van regeltjes, iedereen is op zoek naar de grote lijn erachter. Je zou kunnen concluderen dat het een samenlevingsmodel is waar niet iedereen veel geluk aan kan ontlenen. 

 

De corona heeft ons weer geleerd wat maatschappelijke veerkracht is. Als een systeem onder druk is en er is veerkracht, dan volgt: incasseren, herstellen en verbeteren. Bij corona komen we, door de mutaties van het virus, niet aan verbeteren toe. Er leeft nu een behoefte aan een politieke en morele heroriëntatie. We zijn op zoek naar bezieling (we moeten in iets geloven), bedoeling (richtinggevende praktijken) en betekenis (verhalen, momenten en zwaartepunten). We leven in een hypermorele tijd waarin we elkaar constant de maat nemen, waar ’ik’ voortdurend centraal staat.  Een wijze om een nieuw verhaal te vinden is door ons op de lange termijn te richten en te werken aan condities om samen te leven. Continuïteit is daarbij van groot belang, het bepalen van grenzen in combinatie met corrigerend vermogen en wederkerigheid. Met name dat laatste is volgens Hans van belang. De notie van geven, ontvangen, teruggeven en doorgeven gaat ons helpen structuur te vinden in deze complexiteit. 

 

 

Wat ons ook gaat helpen is erfgoed, zo meldt onze tweede docent. Daar kunnen we namelijk bezieling, bedoeling en betekenis uit halen. Hans-Lars Boetes is plaatsvervangende directeur bij de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE). Hij gaat in zijn college toelichten dat de RCE je partner is bij het verduurzamen van erfgoed. Hans–Lars Boetes gaat de cursisten uitleggen dat dit toch wel het geval is. Hij is accountmanager Erfgoed en Leefomgeving bij RCE. Nederland heeft 60.000 Rijks- en 40.000 gemeentelijke monumenten naast ruim 400 beschermde dorps- en stadsgezichten. 7% van het grondgebied van Nederland is monument! Er ligt dus een grote verantwoordelijkheid bij RCE om dit erfgoed te behouden en te verduurzamen. Hij onderscheidt drie verschillende lijnen: moeten, willen en kunnen. 

 

‘Moeten’ geeft het kader van de wetgeving aan: de Erfgoedwet voor de bescherming van monumenten en het omgaan met monumenten dat in de Omgevingswet geregeld gaat worden. Daar stelt het Rijk iets tegenover; er is instandhoudingsgeld beschikbaar voor de eigenaren van het private bezit met publieke waarde. Hans-Lars is zich bewust dat het beeld leeft dat er niets kan met monumenten. Maar hij laat voorbeelden zien van gebouwen die doormidden zijn gezaagd, verplaatst, ervoor/erachter/erop/eronder gebouwd en soms is het ook (helaas) gesloopt. Er kan veel met een monument mits er goed over is nagedacht en goed is ontworpen. 

 

‘Willen’ heeft te maken met bewoners die zich druk maken over hun historische omgeving, ze hebben er een mening over en willen gehoord worden. De omgeving kan soms een factor zijn die niet wil dat er iets met het erfgoed gebeurt. Denk aan alle kerken die leegkomen. RCE heeft onderzocht wat monumenten doen op het gebied van economie. Het blijkt dat erfgoed een economische factor van belang is: de waarde is hoger, het heeft een waardeverhogende effect op de omgeving en het zorgt voor een interessant vestigingsklimaat. Het is zo mooi om echt te leren van het verleden. De waterkering in Kampen aan de IJssel laat zien hoe dat kan werken. Niet een hele nieuwe waterkering voor de stadsmuur maken, maar starten met een historische analyse. Blijkt dat de stadsmuur waterkerend was en nog altijd is. Daar waar er gaten in de kering zitten, zijn bewegende oplossingen gemaakt die door een nieuwe gilde in tijden van hoog water op hun plek worden gezet. 

 

‘Kunnen’ is de overtreffende trap van erfgoedzorg: de erfgoedsector als ontwikkelende partner. Hier wordt de geschiedenis als vertrekpunt genomen, maar breder dan het object. Begrijp de logica van de plek. Zo worden er in polders boerderijen op terpen geplaatst, zoals dat vroeger ook gebeurde.  Oude bekensystemen worden hersteld in de Veluwe en dragen bij aan een klimaatrobuustheid van dit gebied. Door de Erfgoeddeals in de regio kan de kennis en ervaring van RCE worden ingezet bij allerlei projecten. RCE zorgt ervoor dat er tools worden ontwikkeld die alle partijen bij het toekomstbestendig maken van monumenten kunnen inzetten. 

 

Om toch wat inspiratie van ‘buiten’ op te halen vindt er een digitale rondleiding plaats. Locatie: Strijp R, de voormalige beeldbuisfabriek in Eindhoven. Erna van Holland, programmamanager van NRP Academie, is 16 jaar geleden gevraagd door Amvest om de ontwikkeling te begeleiden en was voorzitter van het supervisieteam. Nadat Amvest in december 2005 de tender heeft gewonnen is een traject ingegaan van breed onderzoek naar de locatie. Milieu, cultuur- en bouwhistorie, bomen, flora en fauna, marktonderzoek e.d. Na een stakeholdersanalyse is met een groep mensen gewerkt aan de toekomstige identiteit van Strijp R. Dit leidde tot een zogenaamde brandsheet (of ID card) met kernwaarden. Dit werd het sturingsinstrument voor de ontwikkeling. Het werd ingezet om de ontwerpers te selecteren maar ook toen Piet Hein Eek bij Amvest aanklopte om zich in Eindhoven te vestigen. Amvest was voornemens om een woonwijk te ontwikkelen en had destijds niet het plan een dergelijk grote andere functie een plek te geven. Maar zijn concept paste naadloos in de brandsheet en maakte het mogelijk veel meer van de bestaande gebouwen te hergebruiken. Het bleek een schot in de roos. Er is een plangroep opgericht met omwonenden om te zorgen dat er een kritische blik over alle stukken heen was gegaan alvorens deze stukken publiek werden. Het leverde een traject op met genoeg geen bezwaren bij bestemmingsplan, sloopplan en aanvragen bouwvergunning. Value Engineering is ingezet om op zoek te gaan naar verbeteringen in de grondexploitatie en leidde tot de uitgifte van vrije kavels. Veel van de voornoemde instrumenten komen later terug in deze opleiding. Anno 2022 is de wijk nagenoeg gereed. Een spannend jaar, want het project is ingediend voor de Neprom-prijs 2021 (19 januari as).   

StrijpR2