< Terug naar overzicht

Veenhuizen boeit echt

Voor het eerst in het bestaan van de NRP Academie zijn we te gast bij Unesco Werelderfgoed. Je moet er dan wel wat voor over hebben, want de Kolonie van Weldadigheid in Veenhuizen (Drenthe) ligt niet naast de deur. Samen met de andere koloniën Frederiksoord en Wortel (België) nu werelderfgoed. De Maatschappij van Weldadigheid was een particuliere organisatie die armoedige gezinnen, vooral uit de grote steden, wilde helpen om een eigen bestaan op te bouwen als boer. Nu is helpen misschien niet het goede woord, want het was een dwangkolonie met als doel heropvoeding door middel van tucht en arbeid. Na overname van de gestichten door de Rijksoverheid werd Veenhuizen een Rijksinrichting waar veroordeelde misdadigers werden ondergebracht. Die geschiedenis is terug te vinden in het Gevangenismuseum waar we verblijven. Dat is gevestigd in het voormalige Tweede Gesticht. Dit is het enige nog resterende van de drie gestichtsgebouwen die hier in Veenhuizen hebben gestaan en is gebouwd in 1823. Het gebouw diende voor een deel voor de opvang van weeskinderen, later ook volwassenen en er werd een werkplaats toegevoegd. In 1901 werd het gebouw verbouwd tot het werkgebouw van de rijkswerkinrichting. Dit gaf een impuls in werkgelegenheid. Justitie zorgde vervolgens voor woningen en voorzieningen voor het personeel van 1875 tot 1914 waardoor een compleet en zelfvoorzienend dorp ontstond. Zo stond er vroeger een zagerij die door een eigen ‘elektriciteitscentrale’ werd aangedreven die door het verbranden van turf.

 

Al jaren geleden is een start gemaakt met de geleidelijke transformatie van de gebouwen in Veenhuizen. Sinds 2011 is in de voormalige graanmaalderij de bierbrouwer Maallust gevestigd en kort daarna opende buurman Kaaslust in de oude zuivelfabriek. In de gebouwen Toewijding en Vertrouw op God heeft hotel-restaurant Bitter en Zoet haar onderkomen. De pay off ‘Veenhuizen boeit’ trok ook nieuwe ondernemers naar dit gebied. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft in 2021 een tender uitgeschreven om het bezit af te stoten. BOEI en Drents Landschap hebben tender gewonnen omdat in hun visie zij het ensemble centraal hebben gesteld. Nu is de Stichting De Nieuwe Rentmeester de nieuwe eigenaar. Reind Fokkens geeft neemt ons mee in historie, heden en toekomst.’ Veenhuizen wordt straks een plek voor Nieuwe Kolonisten, een plek voor maatschappelijke en ruimtelijke experimenten binnen een uniek monumentaal ensemble. Het wordt de historische setting voor culturele en maatschappelijk bevlogen ondernemers en bewoners die met de thema’s aan de slag kunnen en voor bezoekers die dat actief en passief willen beleven. Ook is het een bestemming voor mensen die fysiek en mentaal op adem willen komen in een bijzondere omgeving. Tot slot biedt ze nog een derde groep een toekomst: de huidige en nieuwe bewoners van het dorp.’ De huidige bewoners hadden een plan verwacht van de nieuwe eigenaar, maar het is een puzzel die stukje voor stukje passend moet worden gemaakt.

 

De vierde dag van de module is geheel in handen van Cees Anton de Vries van Origame. 

Hij heeft zijn drijfveer gevonden in de vraag: waarom loopt mijn project nu niet en waar ligt het aan? Zijn workshop gaat over waardesturing. Hij wil de cursisten bewust maken van de twee manieren van denken (modus 1 en 2) zodat zij leren bij hun eigen projecten tussen deze twee manieren te schakelen. 

 

In het eerste blok geeft hij inspirerende projecten van mensen die hun droom waarmaken. Hele verschillende projecten. Van Ford Rouge in Detroit (groen dak op groot bedrijfshal), Eva Lanxmeer in Culemborg (duurzame woonwijk), de Wagenwerkplaats in Amersfoort (gestart als bewonersinitiatief), Villa Augustus in Dordrecht (hotel, restaurant met productietuin), Maboneng precint in Johannesberg (een veilige buurt), Cheongyecheon Seoul in Zuid Korea (rivier weer tevoorschijn halen). Ogenschijnlijk tegen de stroom in is bij al deze projecten iemand die doorzet en meervoudige waarde weet toe te creëren dat er bijzondere projecten gerealiseerd worden. Cees Anton heeft dat in een algoritme gevat: een persoon, die zich sterk maakt, voor het verhaal dat klopt, voor het gebied als geheel, eerst met de mensen, dan met de organisaties, dan met de stromen, door de schalen heen, lerend en aanhoudend. De cursisten komen met eigen voorbeelden zoals winnaar van de wildcard van de NRP Gulden Feniks, Buitenplaats Ockenburgh in Den Haag. 

 

Cees Anton start met een voorbeeld buiten de wereld van vastgoed. Het schetst het verhaal van ‘Marcel’. Iemand met een schuld van € 14.000,-, waar 48 organisaties en instellingen zich over buigen en dat uiteindelijk meer dan € 269.000,- kost en uiteindelijk zijn schuld groter is dan bij aanvaang. Iedereen is doende met waar hij/zij goed in is met de taak waar hij/zij voor staat. Maar wie is nu eigenlijk echt met Marcel bezig? Wat helpt om helderheid te krijgen bij dergelijke opgaven is een aantal vragen stellen: Wat is oorzaak en wat is gevolg? Staat het middel of de opgave centraal?

 

Het volgende voorbeeld is de de ontwikkeling van een gebied. Eerst lijkt de opgave helder, maar met de agenda’s van woningnood, klimaatadaptie en biodiversiteit is de opgave niet zo duidelijk als gedacht. Hoe moet je dan te werk gaan? Modus 1 doet zich voor wanneer duidelijk is wat er moet gebeuren en alle middelen voor handen zijn. Dan spreken we van toegevoegde dynamiek en aanbodsturing. Modus 2 is wanneer (nog) niet duidelijk is wat er moet gebeuren en je anderen nodig hebt om je doelen te bereiken. Dit kenmerkt zich door gebiedseigen dynamiek en coproductie. We zijn van gewend te werken in modus 1: het werken vanuit de beheerstand, volgens vaste procedures en regels, waar het om efficiency gaat. Maar als we echt meerwaarde willen creëren, denk aan de vele ambities inzake duurzaamheid, dan moeten we leren ook in modus 2 te werken. Hier wordt duidelijk dat het niet gaat werken als het niet persoonlijk is, als het niet verbonden is en als het niet driehoekig is (zie maak driehoeken). Aan de hand van eigen casuïstiek neemt Cees Anton de cursisten mee om kennis te maken met een aantal tools. 

 

Maak driehoeken

De basis van driehoeken maken is je realiseren dat je het niet alleen kunt. Je hebt iemand nodig die het wil, die initiator, een actor die het kan doen en een ondersteuner die helpt. Het gaat vooral om de verbinding tussen deze personen. Het helpt hierbij dat het persoonlijk is, want als het vanuit je buik komt wil iedereen je helpen, maar als je doet wat je baas wil wordt niemand enthousiast. Het is wennen om een project van deze zijde te benaderen. Het is leuk dit te weten, maar hoe ga je op deze manier nu te werk?

 

2 x 2 vragen

In netwerken doen mensen enthousiast mee wanneer ze wederkerigheid ervaren. Netwerken worden en blijven productief wanneer ze het ontwikkelen in het DNA hebben. De vaardigheden die je daarvoor nodig hebt, zijn: focussen, verbinden en communiceren. Ontwikkelgesprekken kun je voeren langs de lijn van 2 x 2 vragen:

  • Wat is er nu voor jou belangrijk en waarom?
  • Wanneer ben je tevreden over het resultaat? Wat zie ik dan gebeuren?
  • Wie heb je nodig om het samen mee te doen? Wie/wat heb ik daarvoor nodig?
  • Wat is dan nu je eerste stap; wat ga ik nu doen?

 

Als je dit in een heldere beknopt en krachtige taal kunt vertalen, heb je een goede start van je project. Maar het klinkt eenvoudiger dan het is. We zijn gewend te sturen op het ‘wat’ en niet op het ‘waarom’ en dat vraagt een andere techniek en oefening. Je moet leren kleine stappen te maken waar iedereen mee kan komen. Zowel de omgeving als je eigen organisatie. En je moet vooral niet vergeten en de tussentijdse succesjes te vieren. 

 

Het is een stap in de richting van de circulaire economie. Cees Anton heeft meegewerkt aan het manifest voor transitie en regeneratie waarin vele essays zijn geschreven die bouwstenen vormen om de ambities voor 2050 waar te maken. Naar mijn mening past de transitie van Veenhuizen hier erg goed bij.  

veenhuizen 2