< Terug naar overzicht

Wegwijs worden in verduurzamen

Na een prachtige winterse ochtendrit naar Emmen worden we welkom geheten op een heel andere locatie dan we gewend zijn. Geen getransformeerd klooster of fabrieksterrein, maar zorglocatie De Holtingerhof van Treant in Emmen. Deze eerste dag van de module Verduurzamen starten we namelijk met het brede perspectief: het gebied čn de (duurzame) toekomst. De wijk Bargeres in Emmen is namelijk één van de wijken die meedoet aan Panorama Lokaal.  De ontwerpwedstrijd van het College van Rijksadviseurs om woonwijken klaar te maken voor de toekomst, duurzaamheid in de breedste zin van het woord. Onze cursisten gaat gemeente Emmen daar in de middag mee helpen. 

 

Nicholas Clarke, module expert voor de module Verduurzamen is als docent verbonden aan de TU Delft, faculteit Heritage & Architecture. Nicholas start zijn lezing met de vraag: 

Wat is verduurzamen? Is het behouden, energetisch verbeteren, slim omgaan met energie? Ja, maar het is ook het toekomstbestendig maken van je vastgoed tot het in standhouden van de wereld. In de media gaat duurzaamheid op dit moment vooral om energie en vervuiling. Een definitie waar hij zich in kan vinden is van Brundtland uit 1987: ‘Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op het behouden van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.’

 

Er zijn heel veel manieren om duurzaamheid te duiden. PPP was people planet profit. Profit vervangen we nu door prosperity dus welvaart i.p.v. winst. Een andere vorm van structureren is via de Circles of sustainability: enonomie, ecologie, politiek en cultuur. Wat je ook kiest er blijft veel discussie.

 

Wat betekent dit voor de bouw? Energiegebruik is alleen maar slecht omdat de gebruikte energie niet duurzaam is. Van alle energie die gebruikt wordt in Europa wordt 40% door gebouwen gebruikt. Daarom gaat nu zoveel aandacht naar isoleren. Maar is dat nog nodig als we uitsluitend duurzame energiebronnen hebben? 

 

Nederland is een erfgoedland. Google maar eens op Nederland dan is het erfgoed wat je ziet. Verduurzaming van monumenten is voor ons dus belangrijk. Hoe dit gebeurt, wordt beslist op ‘waarden’ en dat heeft consequenties. Ieder persoon ziet andere dingen als waardevol en dus is het subjectief. Geld is alleen een indicator van die waarde. Zelfs onder toezicht van het Rijksdienst Cultureel Erfgoed kan de waardebepaling van een gebouw veranderen. De vraag is nu: ‘Hoe ga je om met die verschillende perspectieven in waarden?’

Als voorbeeld geeft Nicholas de vergelijking tussen twee gebouwen Landlust uit Amsterdam van architect Merkelbach (zie ook de NRP Gulden Feniks) en Bosleeuw. Koningsvrouwen is op de monumentenlijst gekomen omdat ze dachten dat het van een andere architect (Kartsen) was. Na een proef met het schoonmaken van de gevel is besloten dat dit geen goede aanpak was omdat het de ‘waarde’ van het gebouw aantastte. De gevel bleef zoals het was. Bosleeuw (identiek maar niet van Merckelbach) is heel anders gerenoveerd, met isolatie en steen strips. Een heel mooi resultaat. Zijn deze ingrepen ‘no regret’ maatregelen? Dat vinden we nu bij de waardebepaling van belang.

 

In de Erfgoedwet wordt gesproken over schoonheid, betekenis voor de wetenschap en cultuurhistorische waarde. Maar als architect kun je hier niet veel mee. ‘Waarden’ zijn door het collectief gedefinieerd en zijn altijd flexibel, dit moeten we aanvaarden. Belangrijk aspect als het gaat om waardestelling: het is niet een som van de onderdelen, maar het gaat om een value statement. Denk bij het verduurzamen van erfgoed aan het duurzaamheidsprincipe: Do as much as is necessary and as little as possible.

 

Margriet Drijver is de tweede spreker van de dag en met haar ervaring in diverse corporaties en bouwbedrijven is zij bij uitstek de persoon om te vertellen over opdrachtgeverschap en het belang hiervan bij de duurzaamheidsopgave. Het is haar opgevallen dat niemand de functie opdrachtgever op zijn visitekaartje heeft staan terwijl bijzonder veel mensen er druk mee zijn.

 

Ze begint haar verhaal aan de hand van het boek dat ze met Marjet Rutten heeft geschreven. ‘De kracht van een goede opdracht.’ Want daar schort het nog wel aan in de bouwwereld. Zeker nu de opgave rondom verduurzaming en de doorontwikkeling van de woningbouwopgave zo enorm groot en complex is. Alleen al de corporaties in Nederland besteden gezamenlijk meer dan 6 miljard euro aan vastgoed, waarvan een kwart aan onderhoud. Hiervan wordt 15% toegeschreven aan faalkosten door miscommunicatie, verwachtingsmanagement en nog steeds wantrouwen. De opdrachtgever heeft hierin een hele belangrijke rol in het starten van een structurele verlaging van de bouw(faal)kosten en verhoging van de kwaliteit.

 

Wat is dan professioneel opdrachtgeverschap? Eigenlijk komt het erop neer dat je weet wat je wil, wat je zelf kan en wat je beter aan een ander kunt overlaten. Margriet ziet Rijkswaterstaat als voorbeeld van een organisatie die hier goed mee omgaat. Bijvoorbeeld in het gebruik van dialogen met de markt. Willen begrijpen wat marktpartijen weten en kunnen om zo de eigen vraag aan te kunnen scherpen.

 

Margriet is betrokken bij de Renovatieversneller. Naast Startmotor (activeren van warmtenetten) is de Renovatieversneller voortgekomen uit de afspraken in het Klimaatakkoord. Bouwend Nederland, Techniek NL, Aedes en het ministerie van Binnenlandse Zaken werken samen in dit programma. Met subsidiemaatregelen en processen t.b.v. kennisdeling is het doel om 100.000 woningen in 4 jaar energetisch te verbeteren. Twee hele belangrijke vragen die je dan kunt stellen: 1 Kan de markt dit aan? En 2 Kunnen de corporaties dit aan?

 

Al snel is de conclusie: nee, niet zoals wij het met zijn allen nu georganiseerd hebben. Om dit doel te bereiken is veel meer industrialisatie en standaardisatie nodig. Dat vraagt andere rollen in de keten en ja: ander opdrachtgeverschap. Er zijn prachtige voorbeelden, Purmerhoek van Eracontour, de fabriek van Dijkstra-Draisma, de Loskade van Van Wijnen, die laten zien dat industrialisatie niet tot eenvormigheid leidt. Dit geldt niet alleen voor woningen, ook scholen, zorginstellingen en zelfs voor bruggen kun je vergaand standaardiseren.

 

In de Renovatieversneller wordt hier richting aan gegeven. Kijken we naar opdrachtgeverschap in de corporatiesector dan begint dit bij Assetmanagement. Zowel intern over de complexen heen kijken als extern in samenwerking met andere corporaties en meerdere aannemers. En misschien nog wel de belangrijkste conclusie: het is en blijft mensenwerk!

emmen1