< Terug naar overzicht

Waar een wil is, komt een weg

Vandaag zijn we virtueel te gast op de Generaal de Bonskazerne in Grave. Rinkjan Postma, senior ontwikkelingsmanager bij BOEi leidt ons rond, zowel op locatie als door de geschiedenis. BOEi staat voor Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed. De organisatie pakt industrieel erfgoed op dat lastig is om te herbestemmen met als doel het een waardevolle plaats te geven in de samenleving. Een blik naar de toekomst met respect voor het verleden. De Generaal de Bonskazerne bleek ook geen eenvoudige opgave, zo vertelt Rinkjan. Hij is er zelf al tenslotte 10 jaar mee bezig. De kazerne werd in 1939 opgeleverd, net op tijd om een jaar later door de bezetter in de Tweede Wereldoorlog te worden ingenomen. De complexiteit van deze opgave is gelegen in het feit dat er 25.000 m2 rijksmonumentale gebouwen zijn in een plaats met 1100 inwoners net onder de rook van een grote stad (Nijmegen). BOEi kocht het complex voor € 1,-.

 

Start bij de geschiedenis adviseert Rinkjan. Veel archeologen en historici hebben in de kazerne gezocht naar restanten uit het verleden. Dat gaf een mooie aanleiding om vervolgens te zoeken naar nieuwe functies die passen bij het verleden. Zoals een museum voor een collectie Munitie of een Army Experience Center. Maar helaas bleek het niet mogelijk om hier de financiën voor te vinden. Toen werd het roer omgegooid: Onder de wapenen, evenementenlocatie. Ook dat bleek lastig, het was te duur om het terrein te onderhouden en veel klanten vonden Grave ver weg. Het idee rees om iets voor veteranen te doen; een plek om te wonen, bijeen te komen en evenementen te organiseren. Helaas was de Raad van Toezicht van de veteranenorganisatie bang voor concurrentie met Doorn en ging het plan niet door. Wel is BOEi doorgegaan op het wonen voor veteranen. Er is een flexibel bestemmingsplan gemaakt dat ruimte maakte voor wonen onder de naam Betrokken Wonen, een passende titel gezien de nabijheid van het asielzoekerscentrum. Dankzij subsidies is het mogelijk geweest om een aantal panden te restaureren, maar ze waren tot voor kort nog allemaal leeg. Nu begint er eindelijk schot in te komen. Rinkjan geeft aan dat je voortdurend op zoek moet zijn naar een partij die wil en die doorpakt. In Grave bleek dat niet eenvoudig te zijn, maar de aanhouder wint. 

 

Het verhaal van Rinkjan sluit mooi aan bij de workshop van Cees Anton de Vries van Origame. 

Cees Anton breekt zijn workshop in drie delen met goede pauzes om digitaal de cursisten erbij en geïnspireerd te houden. Hij heeft zijn drijfveer gevonden in de vraag: waarom loopt mijn project nu niet en waar ligt het aan? Hij wil de cursisten twee manieren van denken leren zodat zij bij hun eigen projecten tussen deze twee manieren kan schakelen. 

 

In het eerste blok geeft hij inspirerende projecten van mensen die hun droom waarmaken. Hele verschillende projecten. Van Ford Rouge in Detroit (groen dak op groot bedrijfshal), Eva Lanxmeer in Culemborg (duurzame woonwijk), de Wagenwerkplaats in Amersfoort (gestart als bewonersinitiatief), Villa Augustus in Dordrecht (hotel, restaurant met productietuin), Maboneng precint in Johannesberg (een veilige buurt), Cheongyecheon Seoul in Zuid Korea (rivier weer tevoorschijn halen). Ogenschijnlijk tegen de stroom in is bij al deze projecten iemand die doorzet en meervoudige waarde weet toe te creëren dat er bijzondere projecten gerealiseerd worden. Cees Anton heeft dat in een algoritme gevat: een persoon, die zich sterk maakt, voor het verhaal dat klopt, voor het gebied als geheel, eerst met de mensen, dan met de organisaties, dan met de stromen, door de schalen heen, lerend en aanhoudend.

 

Vervolgens duikt Cees Anton met de cursisten in de twee manieren van werken, die hij modus 1 en modus 2 noemt. Modus 1 doet zich voor wanneer duidelijk is wat er moet gebeuren en alle middelen voor handen zijn. Dan spreken we van toegevoegde dynamiek en aanbodsturing. Modus 2 is wanneer (nog) niet duidelijk is wat er moet gebeuren en je anderen nodig hebt om je doelen te bereiken. Dit kenmerkt zich door gebiedseigen dynamiek en coproductie. We zijn van gewend te werken in modus 1: het werken vanuit de beheerstand, volgens vaste procedures en regels, waar het om efficiency gaat. Maar als we echt meerwaarde willen creëren, moeten we leren in modus 2 te werken. Hier wordt duidelijk dat het niet gaat werken als het niet persoonlijk is, als het niet verbonden is en als het niet driehoekig is (zie maak driehoeken).

 

Het voorbeeld van ‘Marcel’ is tekenend. Iemand met een schuld van € 14.000,-, waar 48 organisaties en instellingen zich over buigen en dat uiteindelijk meer dan € 269.000,- kost. Iedereen is doende met waar hij/zij goed in is met de taak waar hij/zij voor staat. Maar wie is nu eigenlijk echt met Marcel bezig? Wat helpt om helderheid te krijgen bij dergelijke opgaven is een aantal vragen stellen: Wat is oorzaak en wat is gevolg? Staat het middel of de opgave centraal?

 

Projecten waar we nu vaak aan werken, moeten bijdragen aan veel agenda’s. Denk aan klimaatadaptie, inclusiviteit of biodiversiteit. Alleen via modus 1 werken, levert veelal geen toegevoegde waarde op voor dergelijke agenda’s.Aan de hand van eigen casuïstiek neemt Cees Anton de cursisten mee om kennis te maken met een aantal tools. 

 

Maak driehoeken

De basis van driehoeken maken is je realiseren dat je het niet alleen kunt. Je hebt iemand nodig die het wil, die initiator, een actor die het kan doen en een ondersteuner die helpt. Het gaat vooral om de verbinding tussen deze personen. Het helpt hierbij dat het persoonlijk is, want als het vanuit je buik komt wil iedereen je helpen, maar als je doet wat je baas wil wordt niemand enthousiast. Het is wennen om een project van deze zijde te benaderen. Het is leuk dit te weten, maar hoe ga je op deze manier nu te werk?

 

2 x 2 vragen

In netwerken doen mensen enthousiast mee wanneer ze wederkerigheid ervaren. Netwerken worden en blijven productief wanneer ze het ontwikkelen in het DNA hebben. De vaardigheden die je daarvoor nodig hebt, zijn: focussen, verbinden en communiceren. Ontwikkelgesprekken kun je voeren langs de lijn van 2 x 2 vragen:

  • Wat is er nu voor jou belangrijk en waarom?
  • Wanneer ben je tevreden over het resultaat? Wat zie ik dan gebeuren?
  • Wie heb je nodig om het samen mee te doen? Wie/wat heb ik daarvoor nodig?
  • Wat is dan nu je eerste stap; wat ga ik nu doen?

Als je dit in een heldere beknopt en krachtige taal kunt vertalen, heb je een goede start van je project. Maar het klinkt eenvoudiger dan het is. We zijn gewend te sturen op het ‘wat’ en niet op het ‘waarom’ en dat vraagt een andere techniek en oefening. Je moet leren kleine stappen te maken waar iedereen mee kan komen en de succesjes te vieren. Als je dit doet en het vooral ook volhoudt, dan vind je op deze manier een weg om je droom waar te make

gendebons2