< Terug naar overzicht

Zwitsal, de babyfase ontgroeid

Wie kent het Zwitsal terrein in Apeldoorn? Waarschijnlijk niet heel veel mensen. In Apeldoorn kent iedereen het; in elke familie is er wel iemand die er ooit heeft gewerkt. Een uniek bedrijventerrein van 9 ha met 30.000m2 bedrijfshallen aan het Apeldoorns kanaal, op 10 minuten van de binnenstad. Henry Huisman, stedenbouwkundige van de gemeente Apeldoorn, licht toe hoe dit terrein in eigendom kwam van de gemeente in 2013. Eerst terug naar het begin.

 

Integraal ontwikkelplan Vlijtsepark

Apothekersleering Cor Jansen uit Apeldoorn leerde in Zwitserland zalf met een heilzame werking te maken. Hij startte met de fabricage van die zalf in 1920 en het verscheen op de Nederlandse markt in 1928. Zwitsersche Balsem werd Zwitsal. Het handelsmerk van het kinderkopje met haarlok is een beeld van dochter Mieke. In 1940 werd de fabriek aan het kanaal geopend. Naast de bekende zalf werd er ook morfine en codeïne geproduceerd. De fabriek is verkocht aan Unilever die het op zijn beurt weer verkocht aan het Amerikaans bedrijf Diosynth. Toen zij met de activiteiten stopten, besloot de gemeente het terrein aan te kopen. Zij heeft daarvoor subsidies aangevraagd en gekregen van Rijk en provincie. De gemeente wilde sturing geven aan de toekomst van het terrein. De raad was in eerste instantie niet onder de indruk van de gebouwen en sloop leek onvermijdelijk. Totdat het terrein werd opengesteld voor het publiek en de inwoners een pleidooi hielden voor behoud van de gebouwen. Dat leidde uiteindelijk tot het ontwikkelplan Vlijtsepark met globale doelstellingen in 2013 en een globaal bestemmingsplan in 2016. Op aandringen van de huurders, nu is 70% verhuurd, is ook een gebiedsprofiel in 2016 gemaakt. Hierbij wordt aansluiting gezocht met cultuur en cleantech, een kernwaarde van Apeldoorn. Veel culturele instellingen hebben op het terrein een plek gevonden, maar ook de Kringloopwinkel, werkplekken, beachclub met beachvolleybalveld en er worden evenementen georganiseerd. De gemeente treedt al deze jaren als gebiedsontwikkelaar op en Henry vraagt zich af hoe lang je dat als gemeente moet doen. Hij pleit ervoor om voor de gemengde bestemming te blijven gaan en niet alles vol te bouwen met woningen. Er zijn nu verschillende modellen in studie hoe de nog leegstaande gebouwen en gronden ontwikkeld kunnen worden. De rondlelding op het terrein maakt duidelijk hoeveel verschillende gebouwen er zijn, in soort en maat, en de potentie is voelbaar.

Complexiteit is een industrie geworden

In Apeldoorn heeft de gemeente een programma opgezet voor de implementatie van de Omgevingswet, Astrid Sluijs is programmamanager. Co Verdaas, nieuwe hoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft , is gevraagd om eerst een toelichting op de Omgevingswet te geven. Als je kijkt hoe de wetgeving in Nederland tot stand is gekomen, zijn veel wetten in het ruimtelijke domein ontstaan nadat zich ergens een probleem heeft voorgedaan. De bodembescherming na de affaire Lekkerkerk leidde bijvoorbeeld tot een opeenstapeling van 26 wetten met meer wetten aan aangrenzende domeinen. Als hij de cursisten vraagt of er iemand voor een complex project het overzicht heeft op alle stappen die moeten worden doorlopen, kan niemand hier bevestigend op reageren. Is dat niet vreemd? Waarom vinden we dat normaal? Complexiteit is blijkbaar een industrie geworden en wij zijn eraan gewend geraakt. Als we nu een stelsel ontwikkelen dat optimaal functioneert, hoe zou dat er dan uit moeten zien? Co geeft aan dat je dan wel in de buurt van de Omgevingswet zou komen.

Alles in ruimtelijke domein vraagt om integrale afwegingen

Hij is zich ervan bewust dat dit een stelselwijziging is die verregaand is. We zijn een land van orde en organisatie en dat is buiten ook te zien. Maar we kunnen de ogen ook niet sluiten voor het feit dat het stelsel niet meer werkbaar is. Het bewijs ligt er. We maken meer en meer postzegelbestemmingsplannen om projecten mogelijk te maken die niet in het bestemmingsplan passen. Is dat dan rechtszekerheid? Is dat geen willekeur? Als elke gemeente één omgevingsplan maakt – en dat eist de wet - waarin de ambities en kaders zijn weergegeven en dat elke plan dat hier binnen past door kan gaan, dan weet iedereen waar hij aan toe is. Alles in het ruimtelijk domein vraagt om integrale afwegingen en die maak je met elkaar in dialoog. De initiatiefnemer is straks zelf verantwoordelijk om het draagvlak voor zijn plan te regelen; dit gebeurt voordat het plan naar de raad gaat. Dat is wennen voor alle partijen, zowel voor de ambtenaren, de raad maar ook de initiatiefnemers. Rollen en verantwoordelijkheden veranderen. Wat ook wennen is, is dat de kennis meer en meer buiten de overheid ligt en ook voor iedereen toegankelijk is. We gaan toe naar een situatie zonder (schijn)zekerheid, we zullen ons moeten verhouden tot willekeur en dat is spannend. Het vraagt om nieuwe verbanden en arrangementen. En het past bij democratie.

Sturen op hoofdlijnen en ruimte maken voor ontwikkeling

Astrid geeft een kijkje in het implementatietraject bij de gemeente Apeldoorn. De gemeente heeft 316 bestemmingsplannen,  niemand heeft het overzicht en doordat gronden al langer geleden bestemd zijn en niet aan het laatste beleid zijn aangepast. Je zou je moeten afvragen 'wat moeten wij als gemeente regelen'? Er zijn collega’s die dit leuk vinden (10%), collega’s die zien wel wat er gebeurt (80%) en collega’s die er echt op tegen zijn (10%). Met de 10% mensen die het leuk vinden, is gezocht naar hoe al kan worden voorgesorteerd op de Omgevingswet, zaken waar je het concreet mee kunt maken. Zo is het al langer mogelijk in deze gemeente om je omgevingsvergunning in 5 dagen te ontvangen, mits je het deugdelijk hebt ingediend. Zou het niet goed zijn bij complexe projecten dat de initiatiefnemer weet waar in de 8 weken periode de vergunning ligt en bij wie het nog langs gaat? Met deze goede voorbeelden lijkt het Astrid mogelijk om die 80% van de mensen ook mee te krijgen. Hier moet je je op focussen, niet op de 10% tegenstanders. De nieuwe wethouder heeft de Omgevingswet omarmd en stelt nu bij alle activiteiten de inwoners centraal, wat betekent het voor hen. Hij wil sturen op hoofdlijnen, ruimte maken voor ontwikkelingen en kritisch zijn op regels. Dit is een steun in de rug om het implementatietraject door te zetten.

Omgevingsspel

De cursisten gaan het in de middag aan de lijve ervaren. Ze doen het omgevingsspel. Dat is door DIEP ontwikkeld in het programma 'Jouw Omgevingswet' (in dialoog met de juiste stakeholders). Dit is een rollenspel waar een nieuw initiatief wordt besproken in een groep mensen met verschillende rollen. Zo ervaren ze hoe het zelf is om anders te denken en te werken. Hoe maken we initiatieven mogelijk in plaats van hoe houden we het tegen?

zwitsal2